Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen
Posts tonen met het label economie. Alle posts tonen

vrijdag 28 mei 2010

Koken, eten en groen op Afrikaanderplein

Komende zondag een bijzondere markt op het Afrikaanderplein, met onder andere aandacht voor 'gerechten uit de wijk' wat goed aansluit op onze interesse in de relatie tussen (stads)landbouw en de verschillende eetculturen in de Rotterdam (zie ook hier).
Wegens tijdgebrek even overgenomen van de collega's van de Foodprintblog:

Affiche-in-beeldschermresolutie-niet-voor-drukwerk-_-3mei2010-211x300 Het door Jeanne van Heeswijk ontwikkelde kunstproject Freehouse en de pleinregisseurs Afrikaanderplein houden op de laatste zondag van mei, augustus en september drie speciale markten op het Rotterdamse Afrikaanderplein. Iedere markt heeft een eigen thema. De eerste markt op zondag 30 mei staat geheel in het teken van koken, eten en groen. Kunstenaars, ontwerpers, marktkooplieden en wijkbewoners laten hun producten en ontwerpen zien en proeven. Met kookdemonstraties en performances rondom eten, speciale producten en gerechten uit de wijk, marktkramen met de lekkerste ingrediënten en natuurlijk het marktterras van de Wijkkeuken van Zuid met daarop een reusachtige picknicktafel. Naast biologische en gezonde producten die op een bijzondere manier bereid en gepresenteerd worden is er ook aandacht voor volkstuinen, mobiele tuinen en tijdelijke tuinen.

Zondag 30 mei 2010, 11.00 uur tot 16.00 uur
Locatie: Afrikaanderplein in Rotterdam
Meer info: hier of hier

Deze serie markten is ontwikkeld op basis van de in juni 2009 gehouden De Markt van Morgen. Naar aanleiding van deze levende maquette van hoe de Afrikaandermarkt er uit kan zien hebben ondernemers en bewoners aangegeven vaker via testmarkten verschillende invullingen van het Afrikaanderplein uit te willen proberen. Op zondag 29 augustus is het thema mode & interieur en zondag 26 september heeft als thema ontmoeten.

vrijdag 14 mei 2010

Tuin delen: voorbeelden van Londen tot Leuven

Het vinden van geschikte plekken voor vormen van landbouw in de stad kan op verschillende manieren. Je kan een kansenkaart maken die van bovenaf op de stad kijkt en op zoek gaat naar de optimale omstandigheden (waar ik op dit moment mee bezig ben in het kader van het onderzoek Ruimte voor Stadslandbouw in Rotterdam) of je probeert van onderop mensen en plekken bij elkaar te brengen. Dit kan door als een locatiescout actief met open ogen en oren op zoek te gaan, of door mensen de gelegenheid te bieden elkaar te vinden via een soort marktplaats model. In een stad als Londen wil Capital Growth proberen vraag en aanbod te verbinden om zoals ze zeggen de toegang tot (bouw)land in de stad te vergroten.
 
Landshare.net
Het gaat hier met name om het toegankelijk maken van privegrond voor andere private partijen om groente te telen. Er staat op hun website een handleiding om locaties te scouten of je kunt via de website Landshare.net, een initiatief van de tv-zender Channel 4, kun je jouw wens om groente te verbouwen kenbaar maken of jouw stuk grond aanbieden. Het vormt daarmee een aanvulling op het klassieke volkstuinmodel (allotments) dat in Engeland veel meer dan in Nederland nog is gekoppeld aan het voorzien in eigen voedsel ( en niet zoals hier meer als recreatief verblijf wordt gezien). Dat er een grote behoefte is aan moestuinen bewijst de start van een bedrijf dat op commerciele basis volkstuinen aanbiedt. Een initiatief dat met argusogen wordt bekeken door de Engelse volkstuinbeweging omdat de private volkstuinen veel duurder zijn dan de publieke tegenhangers.
Tuin Transitiestad Leuven
Het burgerinitiatief Transitiestad Leuven (deel van het Transition Town netwerk waar ook TT Rotterdam deel van uitmaakt) probeert tuindelen te stimuleren zonder commercieel oogmerk. In plaats van een meer anonieme digitale ontmoetingsplek (zoals bij Landshare) hebben zij gekozen een dag te organiseren waar bewoners uit de omgeving elkaar persoonlijk kunnen ontmoeten en worden geinformeerd en vragers en aanbieders om de tafel kunnen gaan zitten om tot afspraken te komen (lees ook het artikel hier). Afgelopen zondag bleek dat tegen de verwachting in en in tegenstelling tot de situatie in Engeland het aanbod werd overtroffen door de vraag. Er werden 13 tuinen aangeboden, maar er kwamen geen tuiniers opdagen die geinteresseerd waren om deze tuinen in gebruik te nemen. Dit kan ook een kwestie van communicatie zijn en Transitiestad Leuven gaat nu actiever proberen vragers te benaderen via de pers en via de website. De belangrijke volgende stap: het maken van afspraken over hoe, hoe lang, onder welke voorwaarden etcetera, kwam daardoor niet aan bod.
Your Backyard Farmers
Als er geen particuliere tuiniers opduiken, dan zou het Your Backyard Farmer model een alternatief kunnen zijn, dat zowel lokale voedselproductie stimuleert als lokale werkgelegenheid biedt. In dit model, dat burgerinitiatief en commercie mooi balanceert, zouden de 13 tuinen door een of meerdere een/tweemansbedrijven worden beheerd. De tuineigenaar ziet zijn/haar tuin goed onderhouden en krijgt al dan niet tegen betaling een deel van de opbrengst. De 'achtertuinboer' krijgt gratis of relatief goedkoop grond beschikbaar en kan daardoor concurrerend produceren en dicht bij zijn/haar potentiele klanten werken. Deze vorm van stadslandbouw raakt in de VS steeds meer in zwang getuige dit artikel over de bloei van soortgelijke bedrijfjes in Los Angeles.
De voorbeelden uit Belgie, Engeland en de VS laten in elk geval zien dat er mensen zijn die graag hun tuin willen delen en dit biedt kansen voor stadslandbouw. Een kansenkaart kan daarbij van dienst zijn om te bepalen welke vorm van stadslandbouw het meest geschikt is voor die tuin op die plek. Maar uiteindelijk is het even belangrijk dat er mensen zijn die tijd, zin en (niet te vergeten) kennis en ervaring hebben om met die tuinen aan de slag te gaan. Wij zijn daarom erg geinteresseerd om te zien hoe dit soort experimenten zich gaat ontwikkelen.

zaterdag 1 mei 2010

De Tuinbutler in Trouw

Op Koninginnedag stond er een fantastisch artikel in onze "stadslandbouw krant" De Trouw over een geweldig mooi voorbeeld van stadslandbouw als onderneming nl 'De Tuinbutler' van Tim Schippers
(ex - Warmonderhoffer en oud-studiegenoot)

Zo kan het dus zijn Stadslandbouw als onderneming!

lees het artikel hier.

woensdag 14 april 2010

KIGO Stadlandbouw VS Reis: Dag 3 "community growers"Rooftop

Wederom een korte blog van mij over de KIGO-VS reis

Als 2e "bedrijf" op de 3e dag bezochten we een klein initiatief "community growers"van Erik Lindberg.
Erik had op het dak van zijn bedrijfspand (timmerbedrijf) een rooftopfarm aangelegd.
Bij ons bezoek was het voor dit jaar nog niet in productie. Vorig jaar is hij voor het eerst begonnen. Het wordt al snel duidelijk dat Erik een zeer goed willende burger is,
niet gehinderd door veel kennis van Landbouw zet hij zijn beste beentje voort om voor de Community goed eten te verzorgen.


Foto's Paul de Graaf: Erik geeft uitleg aan Bart en de rest van de groep in zijn Rooftop greenhouse

Toch door de chaos heen kijkende zie je de potentie van dit soort initiatieven. Met wat meer inhoudelijke kennis over bemesting, luchtvochtigheid ed is hier echt iets leuks van te maken.
Erik had daarom ook het plan om op een braakliggend stuk grond een buurttuin aan te leggen.

Gelukkig hadden we voldoende tijd, zodat hij ons ook daar mee naar toe kon nemen. Ook hier weer het enthousiasme van iemand zonder al te veel kennis, maar met een enorm doorzettingsvermogen.
Hij is ook alpinist waar deze eigenschap/ kwaliteit ook goed tot uiting komt.


Foto: groep op houtsnipperberg (je kan het echt overal voor gebruiken) bij de wijk locatie.

Op de vraag of de grond vervuild was, gaf hij een zeer interessant antwoord.
"we nemen geen bodemmonsters. In Amerika is er nl een ontzettend sterke aanklaag cultuur en wij kunnen nu op deze vragen heel eerlijk antwoord geven dat wij dit niet weten en dat dit dus een risico is die door de mensen zelf genomen moet worden".
Verder gaf hij zelf aan de vervuiling geen probleem te vinden. Hij schat zelf in dat deze vervuiling nog altijd minder schadelijk is dan al de prefab food in de winkels.

Daarnaast werd er nog en vraag gesteld over risico's van Vandalisme.
Hij gaf aan dat dit een gerede kans had, maar dat hij dit met goede moet telkens weer zou opruimen.
Het aanspreken van de vandalen is hier wat minder voor de hand liggend, omdat veel jongeren in die wijk bewapend zijn met mes of pistool.

Dit liet weer even duidelijk zien dat de VS toch echt en andere plek is als Europa.

Tot slot kan ik alleen maar mijn diepe respect uitspreken voor zo'n mooi mens als Erik met al dat vertrouwen, doorzettingsvermogen en hoop.

Hier nog een filmpje over zijn "bedrijfje"in productie

maandag 12 april 2010

KIGO Stadlandbouw VS Reis: Dag 2 "UncommonGround"

Ik ben Madeleen van Gruting en ik ga een stukje voor jullie schrijven over de rooftop-garden Uncommon Ground: The First Certified Organic Roof Top Farm in the Country”


Het bedrijf bestaat al 18 jaar. Eerst was het gelegen op een andere plaats, 5 mijl van deze plek vandaan. Nu is het al 3 jaar hier gevestigd. Ze hebben een stevige constructie voor het dak moeten maken om het 4 ton gewicht te kunnen dragen. Hier hebben ze veel in geinvesteerd , dat ze nu nog niet hebben terugverdiend
Het bedrijf is milieuvriendelijk aangelegd; zo is de vloer een mengsel van gerecycled hout en plastic waardoor het duurzaam is. Ze vangen regenwater op en ze hebben een zonnepanelen systeem staan om o.a. water te verwarmen en gasverbruik te reduceren.Op dit moment hebben ze niet genoeg ruimte om het hele restaurant te kunnen voorzien van voedsel, ze telen daarom alleen de producten die het meest bruikbaar zijn voor de chefkok. Ze zijn nog in ontwikkeling, uiteindelijk willlen ze toewerken naar speciale teelten die je niet op de markt kan krijgen. Een goed voorbeeld wat Dave gaf was die van de ‘Purple Calabash’ . Dit is een paarse tomaat die volgens Dave smaakt als ‘the best glass of wine you ever had’. Dit ras is heel lastig te transporteren omdat hij zo kwetsbaar is,waardoor hij nergens geteeld wordt. Met een restaurant beneden is het de perfecte manier om deze tomaat toch te kunnen verbouwen, omdat hij alleen maar van het dak naar beneden hoeft te worden verplaatst.

Beeld internet ‘Purple Calabash’


Ze willen een restaurant worden met een speciale ‘trademark’, ze willen groenten verbouwen en gerechten maken die je alleen daar kan krijgen. Tot nu toe hebben ze nog geen reclame gemaakt. Wel zijn ze populair. Alle reclame gaat mond op mond. Maar dat is ook wat ze willen zijn, een bedrijf die bekend wordt om dat ze écht goed zijn en écht lekkere dingen maken, zodat de mensen het automatisch doorvertellen.
Na de rondleiding hebben we daar gegeten en inderdaad, het eten was ook erg lekker.

Foto Paul de Graaf. Rooftop farmer Dave on Uncommonground

Ik denk dat het een restaurant ook zeer ten goede komt om biologische/kwalitatieve groenten zo dicht bij huis te hebben om ze ze vers mogelijk te kunnen verwerken.En natuurlijk is het leuk voor de consumenten.Die kunnen zien wat ze eten, hoe het nu eigenlijk groeit, kortom:‘belevingslandbouw’.Het bedrijf heeft me wel geinspireerd, ik ben zelf namelijk inmiddels ook al begonnen met een bak op mijn dak te bouwen om daar groenten in te gaan verbouwen. Niet teveel natuurlijk want mijn dak is niet zo stevig als die van Uncommon Ground...

vrijdag 9 april 2010

KIGO Stadlandbouw VS Reis: Dag 1 Michael Fields Agricultural Institute

Anthroposofische interpretatie van de typisch Amerikaanse 'barn'

'Wat is Michael Fields?' was één van de eerste vragen die iemand uit onze studie groep stelde. Er kwam een heel breed antwoord uit. Even in het kort zal ik noemen wat er allemaal gedaan word:
- Onderzoek
- Contact leggen tussen landbouw en politiek
- Leercentrum
- Begeleiden van tuinbouw projecten in de stad

Ze doen naast deze dingen nog veel meer. Dit ga ik alleen niet allemaal vertellen. Anders hebt u zelf niks meer te vragen als u nog eens in Amerika komt. Wij waren daar vooral om meer te leren over de stadslandbouw. We hebben eerst een rondje op het bedrijf gelopen. We zijn gestart op de akker. Gelopen langs een paar composthopen en zo door naar de kale akkers. Het liep in Amerika nog wat achter op Nederland en het was erg koud. In de tuin was al 20 jaar geen machine geweest en de bodem was ook in topconditie.
De velden van Aarstengel Michael

Deze tuin werd gebruikt om studenten de mogelijkheid te geven om ook praktisch bezig te kunnen zijn. Na nog een stukje verder gelopen te hebben kwamen we bij wat ganzen die over de akkers liepen. Dit was een klein probleem. Want in het verleden hadden ze veel last van ganzen. Dit gaan ze nu aanpakken door hekken rondom het erf te zetten. Ook hadden ze voor eigen gebruik kippen. Deze kippen lieten ze over de akkers lopen om onkruid en gewasresten op te ruimen.

Op een gegeven moment was ik zelf de draad kwijt. Wij kwamen daar voor de stadslandbouw en we waren een bedrijf aan het bekijken maar ik hoorde niks meer over die stadslandbouw. Dit werd alleen kort daarna alweer helemaal goed gemaakt door de vraag “wat doen jullie met stadslandbouw?”. En ja, er kwam een geweldig mooi verhaal over hun projecten. Ze hadden verschillende tuinen opgezet in achterstandswijken in Milwaukee. Dit is heel kaal begonnen. Ze hebben iemand gevonden die uit de wijk kwam en graag iets wou doen met de stukken kale grond in de wijk. Ze hebben over de grond compost uitgebracht en hier zijn ze op begonnen. Dit zijn wijken waar je normaal je auto niet uit durft te komen om even te schetsen waar we het over hebben. Om de mensen uit de wijk te betrekken zijn ze gewoon langs de deuren gegaan. Bijvoorbeeld met het doel een aantal bomen te snoeien. Zijn ze met de vraag rond gaan lopen of mensen een zaag hebben en een boom willen snoeien. Langzaam werden ze steeds bekender in de omgeving en begonnen mensen de tuin als hun eigen project te zien. Langzaam is Michael Fields zich gaan terug trekken om het echt aan de wijk over te laten. Alle mensen kunnen een stukje grond krijgen en daar spullen op verbouwen en zelfs verkopen.
 
Ron Doetch vertelt enthousiast over Michael Fields' projecten in Milwaukee

Met de verkoop houdt Michael Fields zich niet bezig. Ze begeleiden er wel in. Ze brengen soms kopers en verkopers bij elkaar. Alleen op het moment dat ze over geld beginnen te praten zorgen ze dat ze uit de kamer zijn. Dit is iets wat de mensen onderling zelf moeten regelen. Deze tuin loopt zo goed dat zelf kinderen af en toe een kleine handel in groenten opzetten. Ik vind dit zelf hele goede initiatieven, omdat het verbeteren van de wereld begint bij goede scholing. Leer kinderen maar groenten verbouwen en handel te drijven. Of nog beter laat de kinderen dit zelf doen en ondervinden hoe de maatschappij in elkaar zit en sta bij als het nodig is.
 
Dit artikel is geschreven door Jorrit, 3e jaars voltijdstudent Warmonderhof

donderdag 8 april 2010

KIGO Stadlandbouw VS Reis: Dag 1 Angelic Organics / Farmer John

Het was 23 Maart, zonnig weer met koude wind, onze tweede dag in de VS en de eerste excursiedag. Onze kleine studiegroep verliet het hotel in Milwaukee om 8 uur en reed met een huurauto, een echte Amerikaanse “van” Ford 15 persoons, 210 liter tank rijdend 1 op 6, richting zuidwesten over de highway 43 het platteland in. Omsingelt door maïsakkers in een ruim en open landschap lag onze eindbestemming: de boerderij Angelic Organics, een soort van pakkettenbedrijf met groenteteelt en daar aangesloten een “learning center” voor kleinschalige landbouw. Het biologisch-dynamisch groenteteelt bedrijf van John Petersen, beter bekend onder de naam Farmer John uit de bekroonde, internationaal bekende Film “The real dirt on farmer John”, ligt in de staat Illinois vlak bij de grens van Wisconsin.



CSA Angelic Organics heeft per jaar zo’n 1400 klanten die zich voor een vast bedrag in het bedrijf inkopen en daarvoor elke week een pakket met groenten en andere producten van de boerderij naar huis krijgen geleverd. In de VS noemen ze dit afzetsysteem CSA (community supported agriculture), in Nederland heeft dit de naam Pergola Associatie. De boerderij wordt ondersteunt door een gemeenschap van klanten die tegelijkertijd ook mede-eigenaren zijn. Het Angelic Organics Learning Center bevindt zich ook op de boerderij en biedt training en workshops aan voor boeren, hobbytuinders en allen die meer willen weten over voedselproductie (in de stad) en biologisch-dynamische landbouw.

We hadden een rit van ongeveer anderhalf uur achter ons toen wij bij het kleine huisje van John Petersen arriveerden. We werden erg vriendelijk met koffie en gebak verwelkomd en mochten genieten van Farmer Johns vrolijke verhalen over promotiereizen voor “de film”, zijn Amerikaanse enthousiasme over de Oostenrijkse filosoof Rudolf Steiner, de geestelijke vader van de biologisch-dynamische landbouw en zijn lichtelijk (doch niet vervelend) grote ego.

Over de met groenbemesters versierde klei akkers lopend leerden wij van John dat een boerderij niet alleen een plek is waar voedsel geproduceerd wordt maar ook waar idealiter een vruchtbaar sociaal en cultureel leven aanwezig is. Elke bezoeker, leerling van het Learning Center, vrijwilliger of medewerker van de boerderij wordt uitgenodigd een deel te worden van de boerderij. Het Angelic Organics Learning Center is een non-profit organisatie en betrekt per jaar zo’n 1000 leerlingen en geïnteresseerden bij het bedrijf.

Ze bieden verscheidene workshops aan van kippen houden en kaas maken over tuinieren tot biologisch-dynamische preparaten maken.Farmer John weet mensen om zich te verzamelen die samen met hem van de boerderij een veelzijdig en levendig bedrijf maken. Ik verwachtte dat een zo welbekende figuur zich op zijn bedrijf in een centrale positie zou zetten maar in tegendeel: “My farm is a temple…” roept John en draait zich naar de rest van ons groepje om dat verzameld op de onverharde oprit van de boerderij staat. “…But who owns the temple?” vraagt John met glimmende ogen.

 foto's Till

Voor hem staat de mens op een boerderij centraal, want zonder mensen kan er geen boerderij bestaan. Ik denk er anders over, mijn insteek is dat je land nodig heb om boer te zijn. Later gaan we daar een discussie over hebben maar het is een beetje zoals de vraag over de kip en het ei.
Het Angelic Organics Learning Center heeft locaties in steden in de omgeving waaronder ook in Chicago. Ze helpen mensen in buurten om hun eigen groenteteeltbedrijfjes op te zetten, financieren boerenmarkten en geven landbouwkundig onderwijs, maar ook het bouwen met diverse materialen bv the Whole Tree architecture. Landbouw in de stedelijke omgeving en in de stad zelf biedt vooral voor de bevolking uit de onderste sociale lagen kansen en perspectieven iets eigens op te richten, werk te vinden of simpelweg weer in contact te komen met het thema voedsel, hoe het groeit en waar het vandaan komt. “But not everybody can become a farmer!” herinnert Farmer John ons. "Why would you be so crazy to want to work so hard?” vraagt hij en de directeur van het Angelic Organics Learning Center, Tom Spaulding, vertelt over de cursus “Farming Dreams”, waarin deelnemers binnen een dag erachter kunnen komen of landbouw een goede keuze voor hun zou zijn. De cursus is een succes als de meerderheid van de cursisten concludeert zijn tijd en geld beter in iets anders te steken. “Wij raden alleen de echte fanatiekelingen aan om boeren te worden."
Het blijft moeilijk om vers biologisch voedsel te telen en ook als consument in winkels te vinden in een land waar het grote merendeel van het landbouwareaal bebouwd wordt met sterk gesubsidieerd gen-maïs en sojabonen maar het is mogelijk en de mensen van het bedrijf Angelic Organics laten dat zien.

Dit artikel is geschreven door Till, 3e jaars voltijdstudent Warmonderhof

woensdag 7 april 2010

New York dag 3 - Verslag Excursie Stadslandbouw Urban Ag US

foto's Paul de Graaf: De Science Barge in de rivier de Hudson bij Yonkers

Op zondagochtend lopen we door het Central Park naar Harlem 125 Street en nemen daar de forensentrein naar Yonkers. Vanaf het perron in Yonkers is ons doel, de Science Barge al te zien. De Science Barge is het eerste resultaat van de zoektocht van New York Sunworks naar een duurzame manier om voedsel, zuiver water en energie te produceren, of zoals ze zelf op hun website zeggen “to develop sustainable technologies for the production of food, clean water, and energy, and to raise public awareness of sustainable technology through education projects, seminars, articles, and films”. De Science Barge laat in het klein zien hoe dit moet gaan werken. Deze kas-op-een-ponton heeft drie jaar aan de kade gelegen in Manhattan, en daarna is de kas verplaatst naar Yonkers waar de organisatie Groundworks Hudson Valley het beheert voor educatieve doeleinden. Bob Walters, directeur van de Science Barge, vertelt honderduit over de verschillende systemen, de mensen die komen kijken, over het hydroponics-systeem van Walt Disney in het Epcot Center ( zie ook dit Youtube filmpje) en over de omgeving, en compenseert daarmee het feit dat de hydroponics-systemen nog niet in bedrijf zijn (in de huidige functie loont het niet het systeem tijdens de winter te laten draaien met verwarming).

v.l.n.r. een vrijwilliger, Bas,  Bob Walters, een aspirant-hydroponic farmer uit Kenya en nog een vrijwilliger

De kas biedt ruimte aan verschillende hydroponic en aquaponic systemen. Zonnepanelen en windmolentjes leveren de benodigde electriciteit. Regenwater wordt opgevangen en gebruikt voor irrigatie in de kas. Rivierwater wordt gezuiverd met een 'reverse osmosis filter'. Verwarming van de kas in de winter gebeurt in dit demonstratiemodel met een kachel gestookt op plantaardige olie, maar in de stad kan afgewerkte ventilatielucht in de warmte van de kas voorzien.

Verschillende uit NY Sunworks voortgekomen bedrijfjes zijn bezig het concept dat de Science Barge laat zien te realiseren op de daken van New York. Ze bieden een totaalconcept aan waarmee een stadsboer met pak-em-beet $500.000 aan startkapitaal aan de slag kan. Op de website van Bright Farm Systems (zie verslag dag 1) wordt inzichtelijk gemaakt wat de milieuvoordelen zijn en wat je ermee kan verdienen. Er staan verschillende projecten op stapel , al is het nog wachten op het eerste gerealiseerde project. Gotham Greens is inmiddels als zelfstandig bedrijf bezig het concept op meerdere plekken te realiseren en te exploiteren. Omdat we rooftop hydroponics zien als een van de kansrijke vormen van stadslandbouw zien we er naar uit om de eerste duurzame dakkas te bezoeken. (Paul)


Kas op dak van the Vinegar Factory (geen glas, maar plastic platen voor de wanden en folie als dak)

Vanuit Yonkers zijn we daarna met de trein teruggegaan naar Manhattan alwaar we een voor ons al zeer bekend voorbeeld van een dakkas bezochten: de productiekas op het dak van Eli Zabar's “duurzame supermarkt”. Helaas waren we niet in de mogelijkheid om de kas te bezoeken. Wat wij weten is dat hier vnl bladgewassen, kruiden en tomaten geteeld worden in bakken met en grond op basis van een grote hoeveelheid compost. Wel konden we de “supermarkt” in. De producten en de opstelling waren enigszins verrassend. Een aantal zaken zijn zeer goed opgesteld. Helaas is onze indruk in totaal niet echt positief. Het komt rommelig over (en dan iets meer dan de gezellige rommel en kneuterigheid). Wel is het productaanbod erg uitgebreid en mooi. De prijzen corresponderen hier dan ook mee. Wij hebben voor ons ontbijt een Granola (For the birds - or for people who take breakfast seriously) gekocht, en betaalden voor een klein zakje voor $11,-. Wat opvalt - overigens ook bij andere initiatieven in de VS die we bezochten - is dat de productkwaliteit over het algemeen wat lager ligt, maar de prijzen hoger. Dit maakt het voor kleinschalige initiatieven makkelijker om financieel rond te komen.
Verse groenten op Amerikaanse wijze geëtaleerd in ijs bij Eli's
Bij Eli’s hadden we overigens ook een afspraak met Joe Nasr en June Komisar van Ryerson University. Beide zijn binnen de stadslandbouw bekend van hun werk met Jac Smit en de reizende expositie “Carrot City” (zij zoeken nog een instantie/locatie om deze naar Nederland te halen. U kunt hier naar mailen). Ons gesprek ging dan ook over het uitwisselen van informatie over diverse initiatieven in de wereld op dit gebied en dan vnl. vanuit een meer rode (= bebouwde) kijk op dit thema.

Wat steeds duidelijker wordt is dat er al een groot informeel netwerk is over de wereld rond dit thema’s. Zo hebben we voorafgaand aan deze reis al e-mails ontvangen vanuit Londen en Vancouver. Met vragen over wie wij waren en wat wij doen en dan vnl in relatie tot het onderwijs.

Een van de ideeën omtrent deze reis voor mij, James Godsill (Sweetwater Organcis) en Will Allen (Growing Power) is om een wereldwijd netwerk op te richten om kennis en onderwijs rond dit thema te stimuleren.
Dit weekend heb ik hiertoe een aanzet gedaan door het oprichten van een Linkedin Group “Agro-Polis” als digitaal forum rond de meer agrarisch technische kant van de Stadslandbouw.

Dit was onze laatste actieve stadslandbouwdag in New York. De volgende dag zijn we doorgereisd naar Chicago waar de echte KIGO VS reis van start ging. De volgende BLOGS zullen vnl geschreven zijn door de deelnemende studenten van de Warmonderhof aan deze reis. (Bas)

woensdag 10 maart 2010

Shopping mall in cultuur gebracht

In een shopping mall in Cleveland heeft de leegstand vanwege de crisis zich tot een kans voor stadslandbouw ontpopt.
Stadslandbouw wordt getypeerd door opportunisme, in de positieve zin van het woord: het zoekt die plekken in de stad op waar kansen liggen. Het opportunistische karakter van stadslandbouw maakt haar uiterst geschikt als middel om onze huidige steden te verduurzamen. De grootste uitdaging voor duurzame stedenbouw ligt in de bestaande stad, simpelweg omdat de meeste gebouwen die we in de toekomst zullen gebruiken nu al gebouwd zijn (circa 85% van de woningvoorraad in 2020). Hergebruik van bestaande gebouwen biedt de kans om onvoorziene, verborgen kwaliteiten te ontdekken en te benutten. In Cleveland werd de arcade met zijn glazen dak herontdekt als stadskas. Al is het natuurlijk de vraag of deze mall in de stad ligt of ergens aan de snelweg. De bedoeling is wel om er een educatief centrum van te maken,  maar hoe publiek deze functie is wordt niet helemaal duidelijk. Het initiatief noemt zichzelf een 'urban eco village' en heeft inmiddels subsidie gekregen.

woensdag 24 februari 2010

KIGO stadslandbouw 1

Mijn naam is Rick Sloot ik ben 3e jaars student van de Warmonderhof. Dit is de opleiding voor Biologisch-Dynamisch landbouw gevestigd in Dronten. Ik heb voor de richting groenteteelt gekozen, en zie wel toekomst in de stadslandbouw.

Met 5 studenten van de Warmonderhof doen wij mee aan de
KIGO stadslandbouw. Naast de Warmonderhof doen aan dit project mee:
Wellant College Rotterdam (vmbo)
• Christelijke
Agrarische Hogeschool (hbo)
• Landbouw Economisch Instituut
• Expertisegroep Stadslandbouw ‘Eetbaar Rotterdam'
In dit project bezoeken we bedrijven die te maken met stadslandbouw. Het uiteindelijke doel is dat stadslandbouw bekender wordt in het (agrarisch) onderwijs en er een lespakket wordt gemaakt over stadslandbouw. Wie weet is er straks een stadslandbouwopleiding!

We hebben nu 2 excursies achter de rug. De eerste excursie ging
naar de stad Utrecht. Eerst naar de moestuin Maarschalkerweerd. Hier werd groente geteeld voor de winkel en het lunchcafé die daar ook gevestigd zijn. Ikzelf kom niet uit de stad, maar je zou daar bijna vergeten dat je in de stad bent. Het leek een gewoon tuinbouwbedrijf, alleen die flats en een autoweg maakten me wakker: welkom in Utrecht. Naast productie was er ook plek voor zorg en educatie.

Na een heerlijke lunch, gingen we naar De Bikkershof. Dit is een permacultuur tuin waar gezamenlijk word getuinierd. Het is een binnentuin; midden tussen de bebouwing een groene oase. Het was een grauwe herfstdag, maar ik kon me meteen voorstellen hoe mensen daar in de zomer 'samen' in de weer zijn en genieten van wat de natuur te bieden heeft. Het grootste gedeelte bestond uit 'niet-eetbare planten', er was een klein stukje moestuin waar mensen zelf hun groenten teelden. De tuin draaide op samenwerking en buurtschap, een mooi ideaal dat in de praktijk niet altijd even soepel tot stand komt.

Tijdens de tweede excursie bezochten we de ecologische wijk EVA-Lanxmeer in Culemborg. Stadsboerderij Caetshage die onderdeel is van de wijk was de eerste bestemming, ook hier werden groentes geteeld voor winkel en voor groentepakketten. Het zag er mooi uit. Wat mij opviel was dat het op sommige plekken krap was, dit viel me al op bij aankomst op het erf. Een woord wat me nu te binnen schiet is de 'prutsfactor', en ik doel hiermee op het inefficiënte gebruik (indeling) van grond. Natuurlijk moet het er mooi uitzien in een stad, je hoeft geen polder na te bootsen, maar soms kan het efficiënter in mijn ogen. Heb ik hier een punt of niet?
Tijdens de rondgang over het bedrijf arriveren er kinderen van de lokale basisschool, zij gaan lekker aan het werk.
In de middag maakten we een rondgang door de ecologische wijk. Heb nog nooit zo genoten in een bebouwd gebied. Gezamenlijke tuinen, mooie huizen en mooie technieken, alles was aanwezig.

Naast de excursies die nog volgen, staat er nu ook een reis gepland, en wel naar de Verenigde Staten. Eind maart zullen we o.a. Growing power en Sweet Water Organics bezoeken. Ik heb er zin in!

woensdag 16 december 2009

SPIN - Kansrijke teelten voor Rotterdam - deel 1

Vandaag de start van de (al weer 2 maanden geleden aangekondigde) serie over kansrijke teelten voor Rotterdam, zoals die ook op het RO festival werden getoond. Deel 1 behandelt SPIN farming, een teelt die ER-lid Jan Willem van der Schans tegenkwam op een congres in de Verenigde Staten en die inmiddels internationaal als stadslandbouwteelt bekend staat.

SPIN farming (Small Plot Intensive farming) is een manier van voedselproductie die handig gebruik maakt van (tijdelijk) braakliggende stukjes grond in de stad, bijvoorbeeld verwaarloosde achtertuinen of semi-gesloten stukken gazon. Een Spin farmer heeft meestal diverse locaties, die ieder qua gewassen optimaal benut worden, zodat als geheel een breed scala aan assortiment geleverd kan worden. In Rotterdam valt naast achtertuinen en groene restruimtes ook te denken aan daken. Op dit moment doen we onderzoek naar de geschikte locaties.

Spin farming is ontwikkeld door een boer uit Saskatoon Canada, Wally Satzewich, die ontdekte dat voedselproductie binnen de stad een aantal voordelen heeft boven voedselproductie op het platteland: de grondprijs is laag (mensen stellen hun tuin veelal om niet ter beschikking, of in ruil voor een deel van de oogst), er is voldoende water, de temperatuur is meestal een of enkel graden hoger (dus meer teelten per jaar), de afstand tot de markt is kort, etc. http://www.marketgardening.com/wallysmarketgarden/ Wally belevert vanuit een twintigtal lokaties in de stad een mede door hem opgerichte boeren markt http://www.saskatoonfarmersmarket.com/

SPIN farming claimt dat het mogelijk is met een uitgekiende productie en marketing strategie meer dan 50.000 dollar per halve acre te verdienen (oftewel 16 euro per m2). Een goede investering. SPIN farming is daarmee niet zozeer een alternatief wat teeltechnisch afwijkt van andere manieren van (biologische) voedselproductie, maar het is vooral een in bedrijfskundig opzicht afwijkend alternatief, Het gaat vaak om biologische teelt, die evenwel vooral arbeidsintensief in plaats van kapitaals intensief wordt uitgevoerd (kleinschaligheid van de binnestedelijke lokaties verhindert grootschalige mechanisatie). Door handig gebruik te maken van niet of laag geprijsde inputs vanuit de stad, en door strikt te plannen vanuit de behoeften van de markt kan toch een behoorlijk inkomen gehaald worden. De ideeen van Wally zijn uitgewerkt en gesystematiseerd door Roxane Christensen, van het Institute for Innovation in Local Farming is Philadephia, waar ook een SPIN farm operationeel was op het terrein van het drinkwater bedrijf: . http://www.somertontanksfarm.org/

Wat SPIN farming interessant maakt voor Rotterdam is dat het aansluit op de volkstuintraditie van voedselproductie op kleine lapjes grond, maar dat het met zijn nadruk op de stadsboer als zelfstandig ondernemer ook kansen biedt aan startende ondernemers en aansluit op de cultuur van aanpakken in Rotterdam.

Hard, maar gevarieerd werk in de buitenlucht, dat ook inhoudelijk uitdagend is. Eigen baas. Veel contact met je klanten. En wellicht zelfs uitzicht over de skyline van Rotterdam...

Bekijk ook

Een artikel in Trouw van dit voorjaar (zie inzet)

En natuurlijk: http://www.spinfarming.com/

Met dank aan Jan Willem van der Schans.

maandag 23 november 2009

MIT: Lokale voedselproductie is de remedie tegen overgewicht

In de Trouw van vorige week woensdag werd bericht over een onderzoek van MIT naar obesitas. De conclusie is dat lokaal geteeld, vers en daarmee gezonder voedsel de remedie vormt tegen overgewicht en dat het huidige systeem van voedsel produceren vetzucht in de hand werkt.
Als oplossing noemt het onderzoeksteam niet alleen regionalisering van voedselproductie op basis van zogenaamde 'foodsheds': het natuurlijke achterland dat een stad van voedsel voorziet, maar ook stadslandbouw. Voorbeelden die worden genoemd zijn 'Lawn to Farm'; het omzetten van grasvelden (die in Amerika nu meer water, arbeid en energie consumeren dan voedselproductie, zonder iets op te brengen) naar moestuinen, 'foodterminals': de combinatie van restaurant en productiekas, het liefst gecombineerd met educatie, 'mobile markets' die als de SRV-wagens van vroeger vers voedsel brengen waar die (nu nog) niet te koop is, en '10 x 10': modulaire voedselproductie-eenheden bedoeld voor educatie.

foodshed - het natuurlijke voedselproducerende achterland

Hoewel gepresenteerd als nieuwe concepten klinken deze oplossingen de kenners bekend in de oren, maar het is heel interessant dat de voordelen van lokale voedselproductie nu vanuit een gerenommeerd wetenschappelijk instituut als MIT worden onderbouwd (en dat geeft genoemde concepten ook meer gewicht). Met name in de beperking van transport zien de MIT ook een kostenreducerend voordeel van lokale productie, die vers voedsel betaalbaarder moet maken. Maar het voornaamste economische argument voor lokale voedselproductie is het positieve effect op de volksgezondheid en de kostenbesparing die dit oplevert. Op basis van onderzoeken als deze zouden zorgverzekeraars zich nog wel eens kunnen ontpoppen tot onverwachte bondgenoten in de transitie naar een meer decentraal, lokaal en duurzaam voedselsysteem.

Zie hier de online versie van het rapport

woensdag 11 november 2009

De lessen van Happy Shrimp


Deze zomer is Happy Shrimp failliet gegaan. Happy Shrimp kweekte duurzame garnalen op de Maasvlakte met gebruik van restwarmte van een electriciteitscentrale.

Er waren al langer tekenen dat het niet goed liep met het “Rotterdamse paradepaardje van het groene, duurzaam innovatief ondernemen”, zoals het artikel in FD van vorig jaar, maar het bedrijf pareerde de kritiek, als hier of hier is te lezen.

Nu is dan de stekker er uit getrokken en de website is inmiddels off-line. De redenen zijn nog onduidelijk maar de theorieën lopen uiteen van een verkeerde technische opzet (die als reden werd genoemd om mede-oprichter Bas Greiner te ontslaan) of een slecht management, tot de daling van de dollarkoers.
 
Er was nog sprake van een doorstart, maar de uiterst deadline hiervoor is inmiddels verstreken.

Gezien het innovatieve karakter van het Happy Shrimp project is het van groot belang dat er een goede evaluatie wordt gemaakt van wat er mis ging. De kans dat het mis gaat is bij dit soort projecten altijd levensgroot aanwezig en de echte winst is de lering die getrokken wordt uit het experiment. Tijdens een mini-lezing vorige week bij de Clean Drinks borrel in Rotterdam noemde mede-oprichter Gilbert Curtessi zelf dat hij achteraf gezien wellicht te weinig kritiek heeft gekregen, terwijl die nu juist zo nodig is voor vernieuwing.

Dat het bedrijf failliet is is jammer, maar de subsidie die er in is gestoken is pas echt tevergeefs geweest als de lessen die dit nog steeds bewonderenswaardige experiment biedt niet worden geleerd. De vraag is wie deze taak op zich gaat nemen.

(Met dank aan razende reporter Antoine Miltenburg.)

donderdag 15 oktober 2009

Feestelijke aftrap Oranjeboomtuin


(fotograaf Annemieke Westerink)

Zondag 11 oktober jl. was er aan de Oranjeboomstraat de feestelijke aftrap van wat misschien wel de eerste Buurttuinderij op Rotterdam Zuid mag gaan heten. Dit feest werd mogelijk gemaakt door Woonstad Rotterdam, Sonor Opbouwwerk, Transformers en Walden21.




Het idee van de Oranjeboomtuin is voortgekomen vanuit een vraag van de opdrachtgever Woonstad Rotterdam aan Transformers. In het voortraject is Eetbaar Rotterdam als adviserend orgaan erbij gevraagd. Een van de conclusies uit deze sessie is dat als een project als deze echt wil slagen en ook serieus wordt genomen dat hier dan een Stadsboer bij moet komen die dit begeleid.



Walden21 / Bas de Groot heeft deze handschoen opgepakt en levert in dit project de dagelijkse begeleiding in de vorm van Oranjeboomtuinder Wim Duyvesteyn, waarbij hij ondersteund wordt door Esther Szabo door het geven van creatieve waarnemingsoefeningen over de groei van de gewassen en Bas de Groot voor zakelijke ondersteuning en educatie trajecten.



Zoals de beelden laten zien was het feest een groot succes. Uiteraard zijn er nog wat vragen te beantwoorden en beren van de weg te halen.
Wij hebben de goede hoop dat wij deze kunnen slechten en Woonstad Rotterdam groen licht geeft voor dit project.
Harde doelstelling: de eerste beplanting en zaden zitten voor 1 maart 2010 in de grond en de eerste oogst is dan begin april 2010.

vrijdag 4 september 2009

ER roert zich in het Debat!


Schitterende foto van Jan Willem bij artikel Resource op de Marconistrip (foto Michel Mees)

Jan Willem van der Schans, "actie-onderzoeker" bij WUR-LEI en lid van Eetbaar Rotterdam heeft recentelijk 2 bijdragen geleverd aan het Stadslandbouw/ Food-miles debat in het WUR-blad Resource en bij Foodprint op het innovationfoodblog.

Hieronder vind je links naar beide bijdrage

Artikel Resource: Boeren in de Stad

You Tube filmpje Trends in Food Blog nav afsluiting Foodprint tentoonstelling

maandag 31 augustus 2009

Groenpas voor Eetbaar Rotterdam


Biologische speciaalzaken introduceren groenpas voor belastingvrij winkelen

Op vrijdag 4 september as. neemt Bas de Groot als Lid van Eetbaar Rotterdam en stadsboer in spe en eerste Nederlander de Groenpas in ontvangst bij de Feestelijke aftrap van dit initiatief bij de Groene Passage in Rotterdam

Op 5 september is de Groenpas voor elke klant te verkrijgen!

De groenpas is een initiatief van de Stichting Promotiebureau Biologische Speciaalzaken, waarin winkeliers en groothandels samenwerken om te zorgen dat winkeliers en consumenten elkaar de komende jaren gaan helpen om de markt voor biologische producten verder te laten groeien. Met de groenpas kan de verduurzaming in de keten op het gebied van transport en energieverbruik worden versneld, evenals de introductie van nieuwe smaakvolle rassen en gezonde producten uit de eigen omgeving.

Het concept van de groenpas is eenvoudig: Voor een bedrag van 100 Euro per jaar krijgt de consument .‘belastingvrijkorting’ Dat betekent 6% korting op alle producten in de deelnemende winkels. Dit percentage staat symbool voor de BTW die de winkelier op dit moment moet afdragen aan de omzetbelasting, terwijl biologische productie het milieu nauwelijks belast. Met deze kortingsactie willen de winkels ook een signaal afgeven naar de politiek om de oproep van Biologica en maatschappelijke organisaties als Natuur en Milieu en Milieudefensie te volgen en de BTW op biologische producten af te schaffen.

De winst voor consument en winkelier van de groenpas is dat de winkelier voor zijn investeringen niet naar de bank hoeft en het rentevoordeel middels kortingen teruggeeft aan de klant. Twee keer voordeel dus: de winkelier kan extra in duurzaamheid investeren dankzij de bijdrage van de consument en de klant heeft al gauw een beter rendement voor zijn/haar geld dan bij de bank en kan daardoor vaker en goedkoper biologische producten kopen.
Als welkomstkado ontvangen deelnemers aan de groenpas de bestseller van Michael Pollan: ‘Een pleidooi voor echt eten’ met eenvoudige regels voor gezond eten, zoals ‘Eet nooit iets wat je grootmoeder niet als voedsel zou herkennen’.

Groene Passage zal een deel van het met deze actie verkregen bedrag investeren in de activiteiten van Eetbaar Rotterdam om agrarische productie in Rotterdam te starten.

Eerste Hulp bij Composteren voor Rotterdamse Oogst


Eetbaar Rotterdam vraagt u om de handen uit de mouwen te steken




beste stadslandbouw geïnteresseerden,

AS. Zaterdag 5 september gaat Eetbaar Rotterdam aan de slag met het maken en vullen van compostbakken voor de stand van Eetbaar Rotterdam op het Rotterdams Oogstfestival. Dit zal plaatsvinden te Rotterdam-Blijdorp.
Op deze locatie zullen de bakken tijdelijk staan, waarna ze op 18 september zullen verhuizen naar het Heemraadsplein, de locatie van het festival.

In deze 2 weken zal ik de gemaakte hoop meerdere malen omzetten, zodat het composteringsproces al goed op gang is, waarna op het festival compostwormen dit mogen afmaken.
De overige bakken worden op het festival gebruikt om gft afval, houtsnippers en dierlijke mest van de locatie van het festival op die dag op locatie te composteren.

Als je komt helpen ,wat kan je dan meenemen:
-handschoenen
-veiligheidsbril
-snoeischaar
-gft materiaal (ongekookt en zonder sauzen etc) resten van je plaatselijke groentenboer
-vers gemaaid gras
-snoeiafval
-dierlijke mest (konijnenhok incl. stro, maar geen kattenbak inhoud)
-hamer(s)
-nijptang
-riek (hooi of spitvork)/ schep (bats)
-pallets ea. houten latten

Voor een klein hapje en drankje wordt gezorgd.

Start om 14.00 en het zal duren tot 18.00
doel is minimaal 2 compostbakken te maken en er 1 te vullen.
(C/N =30/20 op 1)

Mocht je mensen weten die dit leuk vinden, vraag dan of ze meegaan.
Eetbaar Rotterdam kan alle hulp gebruiken (ook tijdens het festival)

Voor meer informatie en opgeven/ locatie kan je contact opnemen.
info.walden21@gmail.com
06 28 18 77 95


Met vriendelijke groet,

Bas de Groot

Lid - Eetbaar Rotterdam

06-28187795
info.walden21@gmail.com

maandag 17 augustus 2009

Agriculture 2.0 - Stadslandbouw als investeringskans

Via de uiterst interessante Doors of Perception Mailinglist van John Thackara (meld je hier aan) werden we geattendeerd op een bijeenkomst op 17 september in NewYork waar duurzame agrarisch ondernemers worden voorgesteld aan potentiele investeerders. Onder de uitverkoren start-ups 'urban farmers' als SPIN-Farming en BrightFarm Systems.
Uit de nieuwsbrief van Thackara:
IS URBAN FARMING THE NEW DOT COM?
Emergency appeals are not a long-term solution to Mud Baron's situation - nor to myriad other social programmes for which government funding is collapsing. In the US, a first response has been to start a business to fill the gap. A September event in New York, Agriculture 2.0, will introduce alternative agriculture entrepreneurs to investors. Organizer Roxanne Christensen (medeoprichter van SPIN-Farming, PdG) says innovators are developing profitable models for sustainable alternatives to industrial agriculture that "can help create a post-industrial food system that is less resource intensive, more locally-based, and easier to monitor and control". The perkily-named start-ups include BrightFarm Systems, SPIN-Farming, Virtually Green, Aquacopia, NewSeed Advisors.
17 September, New York City.

donderdag 13 augustus 2009

Goedemorgen Nederland "Boeren in de Stad"

Op Vrijdag 31 juli heeft Bas de Groot van Eetbaar Rotterdam een interview gehad met Marielle Beers verslaggever van het KRO Programma Goedemorgen Nederland op de Marconistrip. Een verkorte weergave van dit interview is onderdeel van de Serie "boeren in de stad" waar de uitzending over Eetbaar Rotterdam de laatste aflevering van is.


Afl. 1: Stadsboerderij Almere


Beluister dit fragment (10-08-2009)

Sinds 1996 hebben Tineke van den Berg en Tom Saat een biologische boerderij in Almere. In de recreatiegebieden rondom de stad telen zij hun peultjes en aardappelen en tijdens het schooljaar leren ze stadskinderen waar de melk vandaan komt. De koeienstal staat daarom ook altijd open voor bezoekers, waaronder ook verslaggever Marielle Beers.


Afl. 2: Varkens in de stad


Beluister dit fragment (11-08-2009)

We zijn vergeten waar ons eten vandaan komt. Met de manifestatie Foodprint herinnert kunst en architectuurcentrum Stroom ons er aan dat karbonade varkensvlees is. .. Door een varkenshouderij te bouwen in Den Haag komen mensen weer in contact met de bron van voedsel.


Afl. 3: Lokale producten

Beluister dit fragment (12-08-2009)

Je kunt in de supermarkt gewone producten kopen of biologische. Als het aan Drees Peter van de Bosch en Willem Treep ligt komt daar binnenkort nog een variant bij: het lokale product. De twee oudwerknemers van unielever startten twee maanden geleden met hun bedrijf Willem en Drees. Inmiddels liggen er in Amersfoortse supermarkten kistjes met lokale aardappels, kersen en spercieboontjes. Vanmorgen stonden ze nog op het land van boer Gert Verweij.

Afl. 4: Eetbaar Rotterdam


Beluister dit fragment (13-08-2009)

Stadsboerderijen zijn in opkomst. Vaak gaat het dan om een uitgebreide kinderboerderij waar veel aandacht is voor zorg en educatie. Maar in Rotterdam gaan ze het anders doen. Onder de naam Eetbaar Rotterdam zetten stadsbewoners van diverse pluimage zich in voor hoogwaardige akkerbouw midden in de stad. Een van hen is Bas de Groot en hij neemt Marielle Beers mee naar zo’n potentieel stukje bouwgrond...

vrijdag 7 augustus 2009

Het land van Kok

Nav de documentaire die ik gisteravond op Nederland 2 heb gezien, blijkt dat Het verhaal van de Familie Kok nog meer te maken heeft met stadslandbouw dan van tevoren aangenomen.
zie uitzending gemist

De Maatschap Kok wordt sinds de jaren 60 langzaam aan omgeven door woningbouw van de Gemeente Amersfoort.
Paradoxaal genoeg zijn er diverse grote steden die Landbouw in en rond hun stad aan het stimuleren zijn. Amersfoort daarentegen wil de grond van de Familie Kok voor woningbouw gebruiken. Iets wat aan het eind van de Documentaire uiteindelijk via een verkoop aan een projectontwikkelaar, maar met de afspraak nog 25 jaar te kunnen boeren lukt.

De gemeente Amersfoort pakt hier terug op oude plannen die al sinds de jaren 60 gemaakt zijn. Ondertussen leven we in een nieuw millennium, waar er op een nieuwe manier naar landbouw en voeding in relatie tot de stedelijke omgeving wordt aangekeken. "Amersfoort; misschien weer eens je plannen heroverwegen?!"

Nog een aardig punt in de documentaire is het Omega 3 en 6 verhaal in de biologisch dynamische melk en het bezoek van de meer van Campina. Hierna is er een kort shot van de reclame van Campina op de tv, waar hier op wordt teruggegrepen.
Het Gangbare antwoord op het Omega 3 & 6 verhaal van Boer Kok is het bijvoeren van koeien met lijnzaad/olie en visolie, maar dat is weer een ander verhaal......
Onderzoek Louis Bolk "meer goede vetzuren in biologische melk"

De Documentaire is overigens voor 15 euro te bestellen bij de filmmakers via een mail: schoonhovenprod@zonnet.nl of per post Crocusstraat 12, 3812 WH Amersfoort