De oorspronkelijke locatie van Growing Power zag er bij ons recente bezoek nog zo uit, maar als het aan Will Allen ligt (die net is opgenomen in de Time 100 als een van de helden die "de meeste invloed op onze wereld hebben" ) komt er een gebouw in 5 lagen dat optimaal gebruik maakt van de beperkte ruimte om groente en vis te telen.
Bescheidener dan de meest architectenplannen en met de groeikracht van Allen achter zich lijkt het plan een goede kans van slagen te hebben. Het gebouw van Kubala Washatko Architects moet een voorbeeldfunctie hebben als haalbare urban farm.Growing Power start binnenkort met de fondsenwerving voor het gebouw dat 7 tot 10 miljoen dollar moet gaan kosten. In de praktijk zal vervolgens moeten blijken of de nieuwbouw zich als urban farm kan terugverdienen. Marges in stadslandbouw zijn laag, haar grote winst zit in allerlei soms moeilijk te kwantificeren neveneffecten. De helft van het gebouw zal worden gebruikt voor het 'groeien van de gemeenschap' zoals ze dat noemen bij Growing Power. Onder de terrassen met groenten is onder meer plaats voor klaslokalen, demonstratiekeuken, opslag en kantoren.
Lees meer hier.
Posts tonen met het label integrated systems. Alle posts tonen
Posts tonen met het label integrated systems. Alle posts tonen
vrijdag 7 mei 2010
woensdag 7 april 2010
New York dag 3 - Verslag Excursie Stadslandbouw Urban Ag US
foto's Paul de Graaf: De Science Barge in de rivier de Hudson bij Yonkers
Op zondagochtend lopen we door het Central Park naar Harlem 125 Street en nemen daar de forensentrein naar Yonkers. Vanaf het perron in Yonkers is ons doel, de Science Barge al te zien. De Science Barge is het eerste resultaat van de zoektocht van New York Sunworks naar een duurzame manier om voedsel, zuiver water en energie te produceren, of zoals ze zelf op hun website zeggen “to develop sustainable technologies for the production of food, clean water, and energy, and to raise public awareness of sustainable technology through education projects, seminars, articles, and films”. De Science Barge laat in het klein zien hoe dit moet gaan werken. Deze kas-op-een-ponton heeft drie jaar aan de kade gelegen in Manhattan, en daarna is de kas verplaatst naar Yonkers waar de organisatie Groundworks Hudson Valley het beheert voor educatieve doeleinden. Bob Walters, directeur van de Science Barge, vertelt honderduit over de verschillende systemen, de mensen die komen kijken, over het hydroponics-systeem van Walt Disney in het Epcot Center ( zie ook dit Youtube filmpje) en over de omgeving, en compenseert daarmee het feit dat de hydroponics-systemen nog niet in bedrijf zijn (in de huidige functie loont het niet het systeem tijdens de winter te laten draaien met verwarming).
v.l.n.r. een vrijwilliger, Bas, Bob Walters, een aspirant-hydroponic farmer uit Kenya en nog een vrijwilliger
De kas biedt ruimte aan verschillende hydroponic en aquaponic systemen. Zonnepanelen en windmolentjes leveren de benodigde electriciteit. Regenwater wordt opgevangen en gebruikt voor irrigatie in de kas. Rivierwater wordt gezuiverd met een 'reverse osmosis filter'. Verwarming van de kas in de winter gebeurt in dit demonstratiemodel met een kachel gestookt op plantaardige olie, maar in de stad kan afgewerkte ventilatielucht in de warmte van de kas voorzien.
Verschillende uit NY Sunworks voortgekomen bedrijfjes zijn bezig het concept dat de Science Barge laat zien te realiseren op de daken van New York. Ze bieden een totaalconcept aan waarmee een stadsboer met pak-em-beet $500.000 aan startkapitaal aan de slag kan. Op de website van Bright Farm Systems (zie verslag dag 1) wordt inzichtelijk gemaakt wat de milieuvoordelen zijn en wat je ermee kan verdienen. Er staan verschillende projecten op stapel , al is het nog wachten op het eerste gerealiseerde project. Gotham Greens is inmiddels als zelfstandig bedrijf bezig het concept op meerdere plekken te realiseren en te exploiteren. Omdat we rooftop hydroponics zien als een van de kansrijke vormen van stadslandbouw zien we er naar uit om de eerste duurzame dakkas te bezoeken. (Paul)
Kas op dak van the Vinegar Factory (geen glas, maar plastic platen voor de wanden en folie als dak)
Vanuit Yonkers zijn we daarna met de trein teruggegaan naar Manhattan alwaar we een voor ons al zeer bekend voorbeeld van een dakkas bezochten: de productiekas op het dak van Eli Zabar's “duurzame supermarkt”. Helaas waren we niet in de mogelijkheid om de kas te bezoeken. Wat wij weten is dat hier vnl bladgewassen, kruiden en tomaten geteeld worden in bakken met en grond op basis van een grote hoeveelheid compost. Wel konden we de “supermarkt” in. De producten en de opstelling waren enigszins verrassend. Een aantal zaken zijn zeer goed opgesteld. Helaas is onze indruk in totaal niet echt positief. Het komt rommelig over (en dan iets meer dan de gezellige rommel en kneuterigheid). Wel is het productaanbod erg uitgebreid en mooi. De prijzen corresponderen hier dan ook mee. Wij hebben voor ons ontbijt een Granola (For the birds - or for people who take breakfast seriously) gekocht, en betaalden voor een klein zakje voor $11,-. Wat opvalt - overigens ook bij andere initiatieven in de VS die we bezochten - is dat de productkwaliteit over het algemeen wat lager ligt, maar de prijzen hoger. Dit maakt het voor kleinschalige initiatieven makkelijker om financieel rond te komen.
Verse groenten op Amerikaanse wijze geëtaleerd in ijs bij Eli's
Bij Eli’s hadden we overigens ook een afspraak met Joe Nasr en June Komisar van Ryerson University. Beide zijn binnen de stadslandbouw bekend van hun werk met Jac Smit en de reizende expositie “Carrot City” (zij zoeken nog een instantie/locatie om deze naar Nederland te halen. U kunt hier naar mailen). Ons gesprek ging dan ook over het uitwisselen van informatie over diverse initiatieven in de wereld op dit gebied en dan vnl. vanuit een meer rode (= bebouwde) kijk op dit thema.Wat steeds duidelijker wordt is dat er al een groot informeel netwerk is over de wereld rond dit thema’s. Zo hebben we voorafgaand aan deze reis al e-mails ontvangen vanuit Londen en Vancouver. Met vragen over wie wij waren en wat wij doen en dan vnl in relatie tot het onderwijs.
Een van de ideeën omtrent deze reis voor mij, James Godsill (Sweetwater Organcis) en Will Allen (Growing Power) is om een wereldwijd netwerk op te richten om kennis en onderwijs rond dit thema te stimuleren.
Dit weekend heb ik hiertoe een aanzet gedaan door het oprichten van een Linkedin Group “Agro-Polis” als digitaal forum rond de meer agrarisch technische kant van de Stadslandbouw.
Dit was onze laatste actieve stadslandbouwdag in New York. De volgende dag zijn we doorgereisd naar Chicago waar de echte KIGO VS reis van start ging. De volgende BLOGS zullen vnl geschreven zijn door de deelnemende studenten van de Warmonderhof aan deze reis. (Bas)
zondag 24 januari 2010
De bosrandtuin - Kansrijke teelten voor Rotterdam - deel 2
Forest gardening is een aan permacultuur *) verwante benadering van tuinieren die gebaseerd is op vormen van landbouw in bosachtige omgeving (agroforestry oftewel bostuinbouw) in de tropen. Deze bostuinbouw werkt met soms wel 7 lagen van beplanting, van hoog naar laag: Grote bomen die (gedeeltelijk) schaduw bieden, kleinere (fruit)bomen, struiken met bessen e.d., kruiden, bodembedekkers, wortel- en knolgewassen (en paddestoelen) en als zevende een 'verticale laag' met klimplanten. Open plekken in het bos bieden plaats voor groenteteelt. In het algemeen is de tuin zo ontworpen dat zij zichzelf in stand houdt, zodat - als de tuin eenmaal functioneert - onderhoud minimaal is. Kenmerkend voor deze teelt is dat ze is gericht op zelfvoorziening en dat ze vaak bedreven wordt als deel van een huishouden, en dus niet om voedsel te produceren voor de verkoop.
Robert Hart heeft in Engeland de basis gelegd voor het ontwerp van een bostuin in gematigde klimaatzones als de onze. Het is hier eigenlijk beter om te spreken van bosrandtuin omdat in noordelijker streken de afstand tussen de bomen groter moet zijn om voldoende licht door te laten naar onderliggende lagen. De ideeën van Hart zijn verder ontwikkeld door Martin Crawford.
Kenmerkend voor forest gardens is dat ze gericht zijn op een optimale verhouding tussen (zo min mogelijk) werk en (maximale) opbrengst, die naast voedsel ook medicinale planten en materialen als bamboe kan omvatten. Voorbeelden uit Engeland laten zien dat je met een bosrandtuin van 125 m2 250 kg voedsel kan kweken (wat genoeg zou moeten zijn voor zes personen) met 2 uur werk per week. Om zo ver te komen moet je wel de tijd insteken om tot een gebalanceerde tuin te komen en dat vergt kennis en hard werk. De tuin van Martin Crawford is in een periode van 10 jaar ontwikkeld met als resultaat dat hij nu nog maar een paar uur per week nodig heeft voor onderhoud.
De potentie voor Rotterdam ligt in de toepassing van bosrandtuinen in openbaar en semi-openbaar groen in en rond de stad. De bosrandtuin biedt niet alleen een model voor voedselproductie dat aanvullend is op tuinbouw maar ook een alternatief model voor beheer van openbaar groen. De bosrandtuin als beheersvorm koppelt een divers beeld door alle seizoenen en ecologische rijkdom aan (op langere termijn) beperkt, maar divers onderhoudswerk dat ook bruikbare producten oplevert. Om niet te spreken van de mogelijkheden voor educatie en recreatie. In het beheer kunnen zowel gemeentelijke diensten als bewoners een rol spelen, hierover moet per locatie duidelijke afspraken worden gemaakt.
Doorsnede van een 'forest garden' uit het boek "Forest Gardening" van Robert Hart
Robert Hart heeft in Engeland de basis gelegd voor het ontwerp van een bostuin in gematigde klimaatzones als de onze. Het is hier eigenlijk beter om te spreken van bosrandtuin omdat in noordelijker streken de afstand tussen de bomen groter moet zijn om voldoende licht door te laten naar onderliggende lagen. De ideeën van Hart zijn verder ontwikkeld door Martin Crawford.
Kenmerkend voor forest gardens is dat ze gericht zijn op een optimale verhouding tussen (zo min mogelijk) werk en (maximale) opbrengst, die naast voedsel ook medicinale planten en materialen als bamboe kan omvatten. Voorbeelden uit Engeland laten zien dat je met een bosrandtuin van 125 m2 250 kg voedsel kan kweken (wat genoeg zou moeten zijn voor zes personen) met 2 uur werk per week. Om zo ver te komen moet je wel de tijd insteken om tot een gebalanceerde tuin te komen en dat vergt kennis en hard werk. De tuin van Martin Crawford is in een periode van 10 jaar ontwikkeld met als resultaat dat hij nu nog maar een paar uur per week nodig heeft voor onderhoud.
De tuin van Martin Crawford op Dartington Estate in Devon
De potentie voor Rotterdam ligt in de toepassing van bosrandtuinen in openbaar en semi-openbaar groen in en rond de stad. De bosrandtuin biedt niet alleen een model voor voedselproductie dat aanvullend is op tuinbouw maar ook een alternatief model voor beheer van openbaar groen. De bosrandtuin als beheersvorm koppelt een divers beeld door alle seizoenen en ecologische rijkdom aan (op langere termijn) beperkt, maar divers onderhoudswerk dat ook bruikbare producten oplevert. Om niet te spreken van de mogelijkheden voor educatie en recreatie. In het beheer kunnen zowel gemeentelijke diensten als bewoners een rol spelen, hierover moet per locatie duidelijke afspraken worden gemaakt.
Wil je meer weten over forest gardening dan biedt de website van de Engelse Agroforestry Research Trust een schat aan informatie. Van boeken en DVD's (ik kan de DVD van Martin Crawford aanraden en kijk uit naar zijn boek), en een lijst met planten en zaden tot handige hulpmiddelen. Allemaal te bestellen via de website.
maandag 21 december 2009
Werkbezoek Growing Power deel 2
Growing Power is gesitueerd in een van de wijken van Milwaukee.
Milwaukee heeft een landklimaat, wat zorgt dat de zomers warmer zijn dan hier en de winters een stuk kouder.
Verwarmen van Kassen
Bij Growing Power hebben ze een aantal manieren om hun kassen en dus hun gewassen te verwarmen.
1- verwarming met gas (niet zo bijzonder)
2-verwarmen dmv een waterbuffer, welke onderdeel is van een Aquaponicssysteem (zie latere blogpost)
4-verwarmen met de aanwezigheid van dieren (zie latere blogpost)
3-verwarmen met hot-mix.
Op de hot-mix zal ik deze blogpost inzoomen.
een hot-mix is een combinatie van producten die dmv het composteringsproces warmte voortbrengt.
Op zich niets nieuws onder de zon, maar....
In een eerdere blogpost heb (zie ook downloads) heb ik het compostverhaal uitgelegd.
Als enigszins vakidioot is dit een beetje de hogerewiskunde versie geworden, daarom zal ik hier de simpele variant even kort schetsen.
composteren voor Dummies:
neem van diverse afvalstromen 70% sterk stikstof houdend materiaal als GFT afval en meng deze met 30% sterk koolstofhoudend materiaal als houtsnippers.
Breng dit in lagen om en om op tot dat je ongeveer een kuub hebt. Houd dit goed nat en controleer door bv een stalen pijp de temperatuur.
Gaat de temperatuur om laag, zet de hoop dan om.
Nu volgt het Hot-mix verhaal:
Ipv een verhouding van 70-30 wordt er voor hot-mix een verhouding van 50-50 aangehouden.
Bij Growing Power gebruiken ze hiervoor;
50% bierborstel in combinatie met gebrande koffiebonen
en 50% houtsnippers.
Deze worden op hopen aangebracht tegen de wanden van de tunnelkassen, waar ze dienen voor isolatie.
Daarnaast wordt er in de 4 hoeken van de kas nog een dergelijke hoop aangebracht.
Dit zorgt ervoor dat de temperatuur enigszins op temperatuur blijft, al worden er bij hele koude nachten de gewassen met plastic extra afgedekt.
Nog een bijkomend voordeel van composteren met hotmix in de tunnelkas is de uitstoot van CO2. Ja CO2 een geweldig gas, waar we in de tuinbouw ontzettend blij mee zijn.
Planten hebben nl een grote behoefte hieraan om te groeien en ze doen het hier dus ook goed op.
CO2 is dus niet altijd een probleem, maar ook een kansgas. Mits uiteraard goed ingezet!
Labels:
education,
examples,
hergebruik,
integrated systems,
kringloop
woensdag 28 oktober 2009
Principes en praktijk van compostering
Tijdens het Rotterdamse Oogst Festival werd door Eetbaar Rotterdam een demonstratie gegeven van verschillende vormen van compostering: De 'gewone' composthoop, wormencompost en wormencompostthee.
De 'gewone' composthoop was deels al voorgecomposteerd en werd in de loop van de dag gevoed met groente-, fruit- en tuinafval, composteerbaar verpakkingsmateriaal, et cetera.
Met dank aan vrijwilliger Angeligue die met de kruiwagen op jacht ging naar alles wat te composteren was. Stadsboer Bas de Groot ruikt of het composteringsproces goed verloopt.
Compost werd door wormen verwerkt tot wormencompost. Op de voorgrond de wormen aan het werk, linksachter de affe wormencompost.
Van wormencompost werd in een oude panty wormencompostthee getrokken in koud water met een beluchtingsapparaatje eronder.
In de kas stond een paneel met Principes en praktijk van compostering. Dit paneel is vanaf nu te downloaden op deze pagina. Zie in de rechterkolom onder Downloads.
Het tijdens het Festival verzamelde composteerbare afval is verplaatst naar de tuin van onze stadsboer Bas de Groot, waar het nu aan het rijpen is om ingezet te worden in een eetbare entree voor een portiekwoning in Rotterdam-Blijdorp
De wormcompostthee is de zondag na het festival ter plekke ingezet om de zieltogende kastanjeboom te steunen.
De 'gewone' composthoop was deels al voorgecomposteerd en werd in de loop van de dag gevoed met groente-, fruit- en tuinafval, composteerbaar verpakkingsmateriaal, et cetera.
Met dank aan vrijwilliger Angeligue die met de kruiwagen op jacht ging naar alles wat te composteren was. Stadsboer Bas de Groot ruikt of het composteringsproces goed verloopt.
Compost werd door wormen verwerkt tot wormencompost. Op de voorgrond de wormen aan het werk, linksachter de affe wormencompost.
Van wormencompost werd in een oude panty wormencompostthee getrokken in koud water met een beluchtingsapparaatje eronder.
In de kas stond een paneel met Principes en praktijk van compostering. Dit paneel is vanaf nu te downloaden op deze pagina. Zie in de rechterkolom onder Downloads.
Het tijdens het Festival verzamelde composteerbare afval is verplaatst naar de tuin van onze stadsboer Bas de Groot, waar het nu aan het rijpen is om ingezet te worden in een eetbare entree voor een portiekwoning in Rotterdam-Blijdorp
De wormcompostthee is de zondag na het festival ter plekke ingezet om de zieltogende kastanjeboom te steunen.
Labels:
education,
Eetbaar Rotterdam,
integrated systems,
kringloop
vrijdag 23 oktober 2009
Polycultuur met vis- en groenteteelt
In de kas van Eetbaar Rotterdam op het Rotterdams Oogst Festival was onder andere een model van een polycultuur met vissen en groenteteelt te zien. Deze manier van telen wordt ook wel aquaponics genoemd: een combinatie van aquacultuur (visteelt) en hydroponics (telen op substraat). Aquaponics is interessant omdat het een manier is om - met voldoende ervaring - zonder grote investeringen op duurzame manier voedsel kan telen. Door de schaal is het in te passen op de plek waar de grootste behoefte is aan voedsel: in de stad. Water wordt grotendeels hergebruikt. Voedingsstoffen worden toegevoegd als visvoer (dit kunnen bijvoorbeeld wormen zijn - die ook weer een rol kunnen spelen bij het opwerken van compost - maar daarover meer in een volgende post), en vervolgens weer onttrokken als mensenvoedsel, bijvoorbeeld sla en kiemgewassen, zoals in dit model. Alleen de benodigde pompenergie is niet uit het systeem zelf te halen, en moet dus elders duurzaam opgewekt worden. Verder is het een systeem wat veel praktijkervaring vergt, en dus een opstart- en leerperiode.
Simpel gezegd werkt het als volgt (zie afbeelding hieronder): in een bak worden vissen gekweekt (1), die verrijken het water waarin ze zwemmen met hun poep. Dit voedingrijke water wordt door het substraat geleid waarin de groente wortelt (2 en 3) die de voedingstoffen in het water gebruiken om te groeien. Het water wordt vervolgens nagezuiverd, bijvoorbeeld met planten (4) en schoon weer naar de vissen geleid om het zwemwater te verversen (1). En zo voort.
Dit systeem wordt onder andere toegepast bij Growing Power van Will Allen. Er zijn daarnaast ook andere voorbeelden van de kleinschalige low-tech toepassing van dit principe, waarvan wij denken dat het kansen biedt voor Rotterdam. Op City Farmer News staat een mooi overzicht van projecten met een systeem a la Allen: als simpel doe-het-zelf systeem, als educatiesysteem, et cetera.
Binnenkort start een serie op deze blog over kansrijke teelten voor Rotterdam, zoals die ook op het RO festival werden getoond. Hierin zal onder andere ingegaan worden op het bedrijf van Will Allen, maar ook op SPIN farming, forest gardening/ permacultuur, en lichtgewicht hydroponics op daken.
Simpel gezegd werkt het als volgt (zie afbeelding hieronder): in een bak worden vissen gekweekt (1), die verrijken het water waarin ze zwemmen met hun poep. Dit voedingrijke water wordt door het substraat geleid waarin de groente wortelt (2 en 3) die de voedingstoffen in het water gebruiken om te groeien. Het water wordt vervolgens nagezuiverd, bijvoorbeeld met planten (4) en schoon weer naar de vissen geleid om het zwemwater te verversen (1). En zo voort.
Dit systeem wordt onder andere toegepast bij Growing Power van Will Allen. Er zijn daarnaast ook andere voorbeelden van de kleinschalige low-tech toepassing van dit principe, waarvan wij denken dat het kansen biedt voor Rotterdam. Op City Farmer News staat een mooi overzicht van projecten met een systeem a la Allen: als simpel doe-het-zelf systeem, als educatiesysteem, et cetera.
Binnenkort start een serie op deze blog over kansrijke teelten voor Rotterdam, zoals die ook op het RO festival werden getoond. Hierin zal onder andere ingegaan worden op het bedrijf van Will Allen, maar ook op SPIN farming, forest gardening/ permacultuur, en lichtgewicht hydroponics op daken.
donderdag 15 oktober 2009
Rotterdamse Oogst op Cineac Milieu TV
Een korte impressie van het 'Rotterdamse Oogst Festival' is te zien op Cineac Milieu TV. Met hierin een interview met initiatiefneemster Nicole Hoven, een impressie van de stand van Eetbaar Rotterdam en interview met onze enthousiaste ambassadeur Caroline over Eetbaar Rotterdam.
Zie de uitzending hier (voor wie haast heeft: het item begint op 3.50 minuten, het stukje over ER op 9.22 minuten). De uitzending wordt ook een aantal keer herhaald op het 'Rotterdam kanaal'.
Zie de uitzending hier (voor wie haast heeft: het item begint op 3.50 minuten, het stukje over ER op 9.22 minuten). De uitzending wordt ook een aantal keer herhaald op het 'Rotterdam kanaal'.
woensdag 7 oktober 2009
Growing Power in Afrika - Mensen helpen hun lokale hulpbronnen te gebruiken
Terwijl urban farming in de USA steeds vaker een rol speelt in gezonde voeding van de urban poor , gaat Growing Power van urban farmer Will Allen haar benadering nu ook toepassen in Afrika. Onder de vlag van het Clinton Global Initiative zal de organisatie kijken of haar manier van werken ook naar de Afrikaanse context (Zuid-Afrika en Zimbabwe) vertaald kan worden. Zoals Erica Allen het in dit artikel verwoordt:“Overall, it’s about helping people use their resources to build soil and grow food.”
Het project wordt door Allen beschreven als een culturele uitwisseling. Interessant in dat opzicht is dat het polycultuursysteem van Growing Power dat visteelt en groenteteelt combineert een adaptatie is van polycultuursystemen zoals die al heel lang in Azie worden toegepast. Het past daarmee in een stroming binnen de landbouw die in polycultuursystemen antwoorden zoekt voor de ontwikkeling lokale, plaatsgebonden landbouw die een hoge opbrengst combineert met gebruik van lokaal kapitaal: aanwezige mensen, kennis en natuurlijke (of stedelijke) omstandigheden. Een ander voorbeeld hiervan is het werk van de ZERI Foundation.
Het project van Growing Power zal in eerste instantie bekijken hoe nu ter plekke landbouw wordt bedreven en met name wat de lokale 'vermogens, hulpbronnen, lacunes en behoeftes' zijn. Vervolgens zullen Growing Power en haar partners in zuidelijk Afrika kijken 'hoe ze hun productiesystemen kunnen aanpassen aan de lokale natuurlijke en menselijke hulpbronnen ter plekke'. Het project kan daarmee een interessante bijdrage leveren aan de discussie over voedselproductie voor onze overbevolkte planeet en hoe het westen een (meer bescheiden) rol kan spelen in de ontwikkeling van gepaste (op de locatie toegespitste) oplossingen in andere delen.
Het project wordt door Allen beschreven als een culturele uitwisseling. Interessant in dat opzicht is dat het polycultuursysteem van Growing Power dat visteelt en groenteteelt combineert een adaptatie is van polycultuursystemen zoals die al heel lang in Azie worden toegepast. Het past daarmee in een stroming binnen de landbouw die in polycultuursystemen antwoorden zoekt voor de ontwikkeling lokale, plaatsgebonden landbouw die een hoge opbrengst combineert met gebruik van lokaal kapitaal: aanwezige mensen, kennis en natuurlijke (of stedelijke) omstandigheden. Een ander voorbeeld hiervan is het werk van de ZERI Foundation.
Het project van Growing Power zal in eerste instantie bekijken hoe nu ter plekke landbouw wordt bedreven en met name wat de lokale 'vermogens, hulpbronnen, lacunes en behoeftes' zijn. Vervolgens zullen Growing Power en haar partners in zuidelijk Afrika kijken 'hoe ze hun productiesystemen kunnen aanpassen aan de lokale natuurlijke en menselijke hulpbronnen ter plekke'. Het project kan daarmee een interessante bijdrage leveren aan de discussie over voedselproductie voor onze overbevolkte planeet en hoe het westen een (meer bescheiden) rol kan spelen in de ontwikkeling van gepaste (op de locatie toegespitste) oplossingen in andere delen.
woensdag 26 augustus 2009
Bijen doen het goed in de stad
Is de stad de redding van de bijen? Terwijl langzamerhand meer bekend wordt over de oorzaken van de toegenomen bijensterfte wereldwijd (die ook Nederland zorgen baart) , blijkt dat bijen het in de stad erg goed doen, zoals projecten in Parijs, Los Angeles en in Vancouver laten zien.
dinsdag 14 juli 2009
Bolvormige stadskas
Op inhabitat.com is weer een mooi voorbeeld van hoe architecten bezig zijn met de toekomst van stad en wat dit voor invloed heeft op onze voedselvoorziening. Een Zweeds-Amerikaans bedrijf, Plantagon, heeft een bolvormige kas in ontwikkeling waarin een hellingbaan ligt die als landbouwgrond gebruikt kan worden. Volgens hun woorden zou elke kas zichzelf terug kunnen verdienen met de opbrengst die gemaakt wordt met de groenteteelt.
Ze vertellen nergens hoe het systeem werkt, maar met behulp van ingenieursbureau Sweco zouden alle kinken uit de kabel moeten zijn. In slechts drie jaar tijd zouden ze een eerste boerderij willen hebben staan. We zijn benieuwd!
Ze vertellen nergens hoe het systeem werkt, maar met behulp van ingenieursbureau Sweco zouden alle kinken uit de kabel moeten zijn. In slechts drie jaar tijd zouden ze een eerste boerderij willen hebben staan. We zijn benieuwd!
donderdag 19 februari 2009
Integrating Agriculture Into the Built Environment
Een fraai artikel over stadslandbouw: "Growing Food Locally: Integrating Agriculture Into the Built Environment" op de Building Green website geeft een aardig overzicht van verschillende stadslandbouwontwikkelingen die door Eetbaar Rotterdam met belangstelling worden gevolgd: van stadsvee tot 'integrated systems' zoals aquaponics en stadskassen. Met dank aan City Farmer News.
Oranjeboomtuin


Een binnenterrein op Rotterdam zuid wordt binnenkort stadsboerderij en speeltuin.
De Oranjeboomstraat was vroeger een drukke winkelstraat, vernoemd naar de Oranjeboom bierbrouwerij die in 1884 aan de Maas is gebouwd.
Inmiddels is met het vertrekken van de meeste havenactiviteit de economische activiteit op alle vlakken afgenomen. Het gemiddeld inkomen van de wijk Feijenoord ligt laag:
“Bijna driekwart van de inwoners van de wijk Feijenoord heeft een inkomen dat tot de laagste inkomenscategorie behoort. Het gemiddeld besteedbaar huishoudeninkomen is € 14.500. Dit is het laagste van alle wijken in de deelgemeente Feijenoord. Een relatief groot deel van de bewoners in de wijk Feijenoord leeft van een bijstandsuitkering (16 procent). Iets meer dan driekwart van de bewoners is tevreden over de eigen buurt, dit is ongeveer gelijk aan het percentage van Rotterdam” (bron: Feijenoord in Beeld 2007 van het COS)
Het terrein van ‘Oranjeboomstraat 2’ ligt ingeklemd tussen de woningen en winkels aan de Oranjeboomstraat en een muur die grenst aan het Rosepark bovenop de spoortunnel. Vroeger liep hier het spoor bovengronds en keken de treinreizigers bij de bewoners naar binnen.
Met de aanleg van de Willemsspoortunnel is op de plek waar de trein op Zuid de grond in gaat het door atelier Quadrat ontworpen Rosepark in 1995 bovenop de spoortunnel aangelegd. Een ruim 400 meter lange muur scheidt het openbare park van het private en gemeenschappelijke achterterrein.
Achterterrein
Het besloten achterterrein van ongeveer 2000 m2 is alleen voor de bewoners toegankelijk.
Het terrein is ingericht met bestrating van stoeptegels rondom twee grasveldjes, een aantal jonge sierbomen, en enkele (ca. 26) bergingen. Er stond ooit een speeltoestel op het grasveldje maar deze is wegens veroudering verwijderd. De bergingen verkeren in slechte bouwkundige staat en vertonen sporen van braak. De plaatsing van deze bergingen verhindert ieder overzicht op het gebied. Het terrein wordt op dit moment dan ook nauwelijks gebruikt – door kinderen noch door ouderen.
Voorstel Oranjeboomtuin
In het voorstel van Transformers wordt het terrein een groene tuin die voor zowel kinderen als volwassenen kan functioneren een prettige ontmoetings- en verblijfsplek, met voor de (aller)kleinsten ruimte voor speelgelegenheid.
Essentieel is een integrale aanpak waarbij de potenties van bewoners, ondernemers en het gebied richtinggevend zijn voor de programma’s en activiteiten die daar gaan plaatsvinden. Door deze integrale benadering wordt het bevorderen van ondernemerschap en productie gekoppeld aan sociale cohesie, duurzaamheid aan educatie en ontspanning.
Zelfvoorzienend
De sociale waarde van het gebied kan vergroot worden door het in te richten voor kleinschalige stadslandbouw waar bewoners zelf groente en fruit kunnen verbouwen. Met advies van Eetbaar Rotterdam, expertisegroep ter initiatie en promotie van stadslandbouw in Rotterdam, is het doel deze tuin zoveel mogelijk zelfvoorzienend te organiseren. Een tuin die functioneert binnen een gesloten kringloop is zowel gezond en duurzaam als educatief.
Een zelfvoorzienend systeem kan bestaan door organisch afval –van de bewoners en ondernemers - te laten composteren, en als grondstof voor nieuwe planten in te zetten. Samen met dierlijke mest – het meest geschikt voor deze lokatie zijn kippen – en natuurlijk zon en (opgevangen) regenwater kunnen zo de meeste grondstoffen die nodig zijn voor beplanting ter plaatse gewonnen worden. De oogst van zowel planten (groente en fruit) als van de kippen (de eieren, maar ook het vlees) zijn voor consumptie van de bewoners, of kunnen gebruikt worden om te verwerken tot langer houdbare producten. Deze producten kunnen dan bestemd zijn voor eigen consumptie, of verkocht worden en zo een kleine bijverdienste genereren. De resten van de oogst kunnen uiteraard weer composteren, en zo is de kring(loop) gesloten.
Culinair en economisch
Omdat de bewoners veelal met een laag inkomen moeten rondkomen wordt onderzocht in hoeverre de moestuin een economische rol kan spelen. De prijs van ingemaakt groente en fruit – zeker als het op een typisch culinaire manier is bereid – zal hoger liggen dan dat van verse oogst. Bovendien blijven de producten ingemaakt langer houdbaar en dus langer verkoopbaar.
Binnen Eetbaar Rotterdam wordt de handel van streekgebonden gerechten, ingrediënten en producten gestimuleerd, onder andere in de vorm van een netwerk (en zelfs worden de mogelijkheden onderzocht van een label) van producten van verschillende Rotterdamse stadstuinen. Via dit netwerk kan een deel van de afzetmarkt en bekendheid worden gevonden.
Dichterbij kunnen de winkeliers in de Oranjeboomstraat hier ook een rol spelen. Met advies van Freehouse wordt gekeken hoe de winkeliers kunnen inhaken op de kringloop van de tuin; wellicht kunnen zij geschikt afval (= voedsel) leveren, en kunnen de (verwerkte) producten uit de tuin worden gebruikt in de bereiding van hun aangeboden gerechten. Maar ook op de zeer nabijgelegen Afrikaandermarkt zouden de specialistische producten uit de Oranjeboomtuin afgezet kunnen worden. Zo zou de tuin een impuls kunnen zijn voor de lokale economie.
Een andere manier waarop de tuin een economische rol kan spelen is door het starten van een restaurant en/of cateringservice. Er is te weinig grondoppervlak beschikbaar om genoeg ingrediënten voor de basis van een dagelijks menu te kunnen verbouwen, maar wel voor de specifieke en duurdere smaakmakers.
Beide mogelijkheden ontmoeten de doelen voor revitalisering van de winkelstraat en kunnen elkaar wederzijds versterken.
Ruimtelijk
In het nieuwe inrichtingsvoorstel wordt allereerst de grond gesaneerd en geschikt gemaakt voor het telen van voedsel. De meeste ruimte zal hiervoor worden bestemd.
De bergingen worden vervangen en aan de (schaduw)randen geplaatst om meer zicht over en sociale controle in de tuin mogelijk te maken. Naast de bergingen komt één grotere berging voor de gereedschappen die nodig zijn voor het bewerken van het land, met eventueel een kleine verblijfplek voor de ‘boer’, en een kippenhok.
Centraal op het terrein zal regenwater van de daken opgevangen worden om de akkers mee te bevloeien. Deze wateropslag kan tegelijk een speelobject en een vanaf de Rosestraat zichtbaar icoon voor de Oranjeboomtuin zijn.
Belangrijk onderdeel is de toegang via de poort tot het gebied. Op dit moment is dit een donkere en wat treurige tunnel die een onveilig gevoel geeft. Dat komt onder andere doordat de doorgang aan het eind wordt versmald voor een aantal bergingen. Er is hierdoor weinig daglicht.
De poort wordt in het voorstel aan beide einden verbreed voor meer licht en doorzicht. Vanwege het kwetsbare karakter van de tuin is het belangrijk dat het wel met een hek afsluitbaar blijft.
Voor de eerder beschreven inkomsten-genererende mogelijkheden zoals het inmaken van producten en het restaurantje zou het gebruik van één van de bedrijfspanden op de begane grond ideaal zijn. Deze ruimte zou moeten beschikken over een professionele keuken, en kan naast de ‘bedrijfsfunctie’ een collectief-overstijgende ontmoetingsruimte zijn; een plek waar culturele uitwisseling tussen de buurt en de tuin kan plaatsvinden.
Organisatie
Een volgende stap is te onderzoeken hoe de organisatie het best gestructureerd kan zijn; zijn alle bewoners en winkeliers –met verschillende taken - horizontaal georganiseerd in een collectief of in een vereniging van ‘aandeelhouders’, of bestaat er meer hiërarchie onder leiding van een deskundige boer van buitenaf? In overleg met opdrachtgever en deelnemers zal hiervoor in een volgende fase een voorstel voor worden gedaan.
Op de afbeelding is te zien hoe het regenwater opgevangen kan worden, hier in een hergebruikte windmolenwiek. Deze wieken zijn van zo stevig materiaal gemaakt dat de één wiek gemakkelijk meer functies zoals schommels en glijbanen zou kunnen dragen. Tegen de achterkant van de winkels, op de zonzijde, kunnen kassen zorgen voor een extra warmte-isolatie en zelfs warmte-opslag. De balkons van de woningen op de eerste verdieping kunnen verbonden worden met elkaar en de tuin via een loopbrug boven de kassen en trappen.
Colofon
Transformers - januari 2009
Robbert de Vrieze en Iris de Kievith
met advies van
bewoners en ondernemers Oranjeboomstraat 149 - 207
Eetbaar Rotterdam; Césare Peeren en Bas de Groot
Freehouse; Dennis Kaspori
in opdracht van
Woonstad Rotterdam; Barbara van Steen
dinsdag 17 februari 2009
Kastuinbouw in de stad / Primair product energie

De ontwikkelingen in de kastuinbouw laten zien dat agrarische activiteiten meer kunnen opleveren dan voedsel, bloemen en basismateriaal voor andere producten.
De kas van nu kan ook energie leveren. Op verschillende locaties in Nederland worden nu kassen gebouwd die als hoofdproduct energie leveren en als bijproduct bijvoorbeeld tomaten.
Minister Verburg (LNV) ziet duidelijk een meerwaarde in deze ontwikkeling en heeft het oorspronkelijke bedrag voor energie-innovaties van 3,5 miljoen euro verhoogd naar 16,3 miljoen euro. Waardoor veel meer aanvragen kunnen worden gehonoreerd.
Juist voor agrarische activiteiten in een stedelijk context zijn deze ontwikkelingen interessant. De stadsagrariër is nl. naast producent van agrarische producten vnl. een dienstenboer.
Zo zie ik een beeld voor mij van een groot kantoorgebouwen complex, waarbinnen een kassencomplex is geïntegreerd waar naast dat hier in een aantrekkelijke ruimte kan worden geluncht, de producten voor de catering worden geteeld door een tuinder, hierdoor de CO2/ zuurstof verhoudingen en luchtvochtigheid van het kantoorgebouw in gezonde verhoudingen aanwezig zijn en als laatst dat de kas energie (warmte en koeling) levert aan het complex, waardoor er minder of geen energie voor stoken van buiten wordt betrokken.
Dit zou een joint venture kunnen zijn van het bedrijf in het kantoor complex, de energie leverancier, het catering bedrijf en de agrarisch ondernemer.
Meer achtergrond informatie
1 en 2
dinsdag 27 januari 2009
Growing Power's Will Allen geëerd
Urban farmer Will Allen was named a MacArthur Fellow in 2008. The Fellowship is a $500,000, no-strings-attached grant for individuals who have shown exceptional creativity in their work and the promise to do more.
Zie het korte inspirerende filmpje hier over de man achter Growing Power (Zie onder links Buitenland).
Zie het korte inspirerende filmpje hier over de man achter Growing Power (Zie onder links Buitenland).
vrijdag 5 december 2008
Ken Yeang in Rotterdam: voedselproductie in gebouwen
Ken Yeang was dit voorjaar te gast bij Re-Inventing Rotterdam. Zijn 'bio-climatic skyscraper' introduceert de rijkheid en complexiteit van eco-systemen in hoogbouw ten dienste van de mensen die er wonen en werken; een hoogbouw die net zo prettig is om te verblijven als een groene woonwijk. Voedselproductie in gebouwen speelt hierbij een belangrijke rol omdat dat de kans biedt kringlopen te sluiten en afval- en milieuproblemen te voorkomen. Naast zijn praktijk als architect doet Ken Yeang al ongeveer 30 jaar onderzoek naar dit onderwerp.
Bekijk een verkorte versie van de lezing en aansluitende discussie hier op Antenne TV.
BIFP (building integrated food production) wordt specifiek genoemd na ongeveer 10 minuten.
Bekijk een verkorte versie van de lezing en aansluitende discussie hier op Antenne TV.
BIFP (building integrated food production) wordt specifiek genoemd na ongeveer 10 minuten.
vrijdag 26 september 2008
ecoCity Farm
In Australie zijn ondernemers al bezig met compacte landbouw in de stad. In het tv-programma The New Inventors (al weer uit 2006) presenteren ze hun combinatie van groente- en visteelt. Zie clip
Meer info W: hier
Meer info W: hier
maandag 16 juni 2008
Email to Schumacher Ecodesign Group
Hi Robert, Alfredo and group,
I have little to add to your discussion. Except that it is hard to make a transition towards a truly sustainable society in a country that is so well-ordered as the Netherlands. I am trying, though, and today I have a question to the group on the ecological design of city-agriculture.
At the moment I am involved in a work group (consisting of an organic farmer/ therapeut, a restaurant owner/entrepeneur, a communication specialist, an agro-economist, an architect that works with recycling and me as architect/ecological designer) that wants to put (inner)city agriculture on the agenda in Rotterdam, Holland (the city I live in).
We propose a layered strategy with small people-oriented initiatives (showcases focusing on experience and meeting) in the inner city, more food-oriented agriculture with educational aspects around the centre and bigger farms in the perifery of the city. It will be a mix of more or less professional farmers and entrepeneurs and bottom-up initiatives involving local people of all ages.
Also integrated bio-systems could (and should) play a part, although we don't have an integrated bio-farmer in our group. These systems seem to me very suitable for relative high density city areas and could make use of roofs, walls and basements.
I would like to ask the group if any of you know initiatives, prototypes and especially realised projects that can serve as reference or inspiration for city-agriculture in general and integrated bio-systems in particular. To give you some idea of what I mean:
I know Ocean Arks' Intervale Ecopark, of course ( http://www.oceanarks.org/agriculture/ - how is that doing at the moment?)
An overview of some integrated bio-systems by dr. Jacky Foo:
Beer brewery by ZERI / Gunter Pauli: http://www.zeri.org/case_studies_beer.htm
Dream farm based on the work of professor George Chan:
http://www.i-sis.org.uk/DreamFarm2.php ( Dr. Mae-Wan Ho )
One of the areas we are focusing on is the harbour area. As harbour related activities are moving down river towards the sea (as thing grow bigger) this leaves an area adjacent to the city centre open for new development. Related to this, I am interested in examples of floating agriculture and agriculture using industrial by-products (like spent grain from bear breweries or excess heat).
Finally, the harbour area is polluted so any illuminating thoughts on growing food in an area like that are welcome as well.
Kind regards,
Dream Farm
Vooruitlopend op de discussie alvast het concept van de dreamfarm, een soort Cradlle to cradle farm avant la lettre zonder enige emissie (noch gas noch vast).
Zonder dat ik een technische expert ben zoek ik het dus vooralsnog in een kleinschalige uitwerking van het industriele ecologie gebeuren.
Bijgaande links
Abonneren op:
Posts (Atom)
















